Sunday, July 31, 2005

 

Zondag, 31 juli 2005

Boodschappen doen voor de barbecue, tassen inpakken. Morgen weer op huis aan. Het vliegtuig vertrekt om 14.15 vanaf La Paz. Dinsdag 17.10 landen we alweer op Schiphol. Time flies when you are having fun !

Zaterdag, 30 juli 2005

Hilde heeft sinds gisteren last van haar maag en wat koorts. De kruidenthee (trimate) met extra cocablaadjes, die Helena liefdevol voor haar gemaakt had, heeft nog niet helemaal geholpen. Maar met een dekentje op de bank is het goed toeven. Gelukkig dat we niet meer in Rurre of zo zitten. Vandaag is er een grote parade in het centrum van La Paz, de optocht van alle faculteiten van de universiteiten van de stad om het begin van het nieuwe schooljaar in te luiden. Paul blijft thuis met Hilde, Lotte's opgezwollen voeten zijn gelukkig weer aardig geslonken zodat zij wel mee kan.De parade is een enorm festijn. Overal langs het parcours hebben mensen bankjes en stoelen, zelfs tribunes neergezet, waar je tegen betaling plaats kan nemen. Als je eenmaal zit trekken er, naast de prachtig uitgedoste studenten (in een soort tropische carnavalachtige outfit) en muziekcorpsen, een hele berg mensen langs die van alles te koop aanbieden. Bier, ijs, maaltijden, bellenblaasspeeltjes, ballonnen, snoep, frisdranken, zonnehoedjes, broodjes,enz. Grappig om te zien, maar soms ook hindelijk als ze in beeld lopen. Fotograferen valt niet mee als je alleen de dansende mensen wilt hebben! Nog even met Anne en Lotte naar de Calle Sagarnaga gelopen voor wat laatste aankopen en daarna terug naar San Alberto.

Aan het eind van de dag gaan Hans en Paul nog even een klein bergtochtje maken naar de Muela del Diablo (duivelskies), een klein topje ten zuiden van La Paz. Prachtige zonsondergang over de altiplano en La Paz. We stranden 30 m. onder de top. Wel te beklimmen maar liever niet zonder zekering (5je). De besneeuwde toppen van de Illimani vangen nog licht als we al weer terug zijn in San Alberto.

Vrijdag, 29 juli 2005

Lekker dagje thuis in La Paz. 's Middags nog even naar het centrum om een trui van alpacawol voor Lotte op te halen. Een bolhoedje gekocht voor Theo. Nog even gezellig zitten kletsen met Brigit van het reisburo. Onze ervaringen verteld van Uyuni en Rurre. Op z'n Boliviaans afscheid genomen (een zoen op de wang). Nog een bezoek gebracht aan het conservatorium van La Paz. Volgends Brigit verkochten ze hier bladmuziek. Hadden echter alleen Boliviaanse muziek (charanga's ed.). Konden ons wel doorverwijzen naar een muziekschool verderop die wel bladmuziek voor gitaar verkocht. 's Avonds lekker naar een film zitten kijken (Girl with the pearl earring).

 

Donderdag, 28 juli 2005

Wakker worden door de geluiden om de hut. Vroeg in de ochtend zit het oerwoud vol snater-, tjilp-, klok-, kwaak-, kwetter-, en andere geluiden. Heerlijk om bij te ontwaken. Even lijkt het of het regent maar dat zijn de takjes, noten en bladafval dat op het dak van de lodge valt. Om je heen wordt stevig geconsumeerd. Met de bagage de lange trappen af naar de ontbijtzaal, voor het laatste ontbijt in het oerwoud. Voor de tweede keer een enqueteformulier ingevuld. Zien we ons commentaar terug op de site van de organisatie? www.sernap.gov.bo/sanmiguel/smlodge.htm

Afscheid genomen van de gidsen en met de boot weer terug naar Rurrenabaque. Een heerlijk slaperig tropendorp. De bagage gedropt bij het buro van de organisatie zodat wij nog wat uurtjes in Rurre konden doorbrengen. Het pontje genomen naar de overkant van de rivier naar San Buenaventura; het kantoor bezocht van de organisatie die het Madidipark beheert. Natuurlijk t-shirts aangeschaft. Vanuit San B. vertrekken jeeps naar stadjes die dieper de jungle in liggen. In een boom hangt een schoolbord met namen. Zodra er zes namen zijn genoteerd vertrekt de jeep. 's Middags gegeten in Rurre. De onderbenen van Lotte zijn flink opgezwollen door de talrijke beten van de marinhui tijdens het zwemmen. De ober van de ijszaak verzekert ons dat dit een normale allergische reactie is en adviseert Lotte om haar benen in een teil met warm zout water te doen. Voorlopig houden we het bij ijsklontjes. De vlucht bevestigt bij het kantoor van AmasZonas. De grupo de ocho (groep van acht) was al bekend. In een minibus naar het vliegveld. Na verloop van tijd landde de Fairchild weer op de grasbaan. Omdat de piloot het vliegtuig iets te ver van de generator parkeerde moest het grondpersoneel het vliegtuig enkele meters met de hand terugduwen. Kruipend het vliegtuig weer in waar een aantal duistere figuren al had plaatsgenomen. Een dikke Duitser met een nog dikkere bodyguard. Ik kreeg hier toch vreemde associaties bij. Vlotte vlucht terug naar La Paz. Heerlijke koelte bij aankomst (Rurre was toch wel behoorlijk warm), de lichte tinteling in het hoofd van de hoogte (4100 m.) en heerlijk geen insecten om je heen.

 


Woensdag, 27 juli 2005

Wij worden gewekt door een ijselijke gil van de kinderen. In de lodge van de meiden is een vogelspin binnengedrongen. Paul klemt het beest tussen twee slippers en brengt hem naar het bos. Voortaan maar een handdoekje voor de deurspleet gelegd. Heerlijk ontbijt met bakbanaan met zout en picante en dan snel naar de boot voor een drie uur durende tocht over de Beni en de Tuichi rivier tot diep in het Madidi nationaal park. De boot bestaat uit een uitgeholde boomstam van mara (mahonie) met een opbouw van cedro (spar?). De rivier is tamelijk wild en op sommige plaatsen liggen boomstammen net onder de waterspiegel. Op de voorplecht zit Juan-Carlos die het water leest en aanwijzingen geeft aan Fernando. De rivier is hier ieder jaar anders zodat het leven van de schipper in ieder geval niet saai is. Soms moet er een keuze gemaakt worden tussen meerdere stromen; de rivier splitst zich dan in twee of meerdere segmenten. Meestal wordt de goede keus gemaakt. Een keer - op de plek waar wij de Tuichi rivier indraaien - moeten wij uit de boot. Het is er te ondiep. De gidsen springen in het water en duwen de boot over deze hindernis. Na verloop van tijd doemt weer een zijrivier op, de ??? Wij varen nog even door en leggen aan bij een zandstrandje. In het zand zien wij sporen van een tapir, een capihuara (het grootse knaagdier van de wereld) en een jaguar. Verderop sporen van een schermutseling tussen de jaguar en de capihuara. Tussen het hoge riet begint een dierenpad dat de gidsen hebben uitgezet op een plek waar veel dieren te zien zijn. Wij vorderen steeds een meter of honderd en gaan dan doodstil staan wachten op dieren. Mooie momenten waarop je de geluiden van het oerwoud goed tot je kan laten doordringen. Helaas geen dieren gezien, ik denk dat wij als groep van 10 personen toch teveel geluid produceerden, wel veel sporen gezien. Fernando had in de tussentijd een grote vis gevangen. Jan-Manuel mocht ook even aan de slag en ving terstond zijn eerste vis; een grote botervis die nog een tijdje op de bodem van de boot tussen onze voeten lag te bewegen. De kinderen wilden zwemmen; acheraf niet zo'n goed idee want ze werden opgevreten door de inseten. Vooral de benen moesten eraan geloven. Wel heerlijk zwemwater. De gidsen hielden angstvallig het wateroppervlak in de gaten. De krokodillen die hier zitten laten zich normaliter alleen 's nachts zien, maar je weet maar nooit. Aan het eind van de middag brachten wij een bezoek aan een rotswand met papegaaiennesten. Vanuit onze schuilplaats in de jungle hadden we een prachtig zicht op de ara-paren die na gedane arbeid huiswaarts keerden. Schitterende kleuren. In het licht van de ondergaande zon weer stroomafwaarts naar San Miguel del Bala. Schitterende tocht. 's Avonds nog even verrast door een veldmuis in het toilet van de lodge. Het beest was in de pot gevallen maar kon er niet meer uit klimmen. Wat te doen? Doortrekken of redden. Het beest liet zich niet oppakken. Dan maar een stok in de pot gezet, waardoor het beest op eigen kracht uit de pot kon klimmen. Hij bleef keurig op de tak zitten terwijl we hem naar buiten brachten.

 

Dinsdag, 26 juli 2005

Bertha blijft in de lodge achter om te studeren. Wij maken een lange wandeling door het oerwoud, die eindigt in een lange smalle kloof van een meter breed en een vijf- tot zes meter hoog. Na enkele minuten is de orientatie al volledig zoek. Een aantal maanden hiervoor is een wetenschapper hier nog verdwaald ondanks zijn geavanceerde uitrusting (GPS ed.). Hij is drie dagen zoek geweest. Uiteindelijk is hij tijdens een zoekactie van alle dorpsbewoners teruggevonden op nog geen 500 m. afstand van de rivier; de man was volledig uitgeput en zat van top tot teen onder de insectenbeten. Hij baande zich 's nachts een weg door het bos met behulp van het flitslicht van zijn camera. In de kloof vinden we nesten van kolibri's met de eitjes er nog in. Op zo'n twee meter boven het waternivo zitten de tarantulanesten, te herkennen aan de spleten met dichte spinnenwebben. In de kloof zitten ook vleermuizen en vleesetende spinnen met een doorsnede van 30 cm. Erg prettig. Als Lotte oog in oog komt te staan met zo'n spin kan toch ook zij een gil niet onderdrukken. Aan het eind van de kloof de Benirivier en natuurlijk Fernando met boot. 's Avonds een folkloristische avond met muziek en verhalen van mensen uit het dorp. Felsie blijkt een goede fluitist en een goed verteller. Iedere element wordt op drie verschillende manieren verteld wat wel de snelheid uit het verhaal haalt, maar wat wil je in een gebied zonder televisie en radio.

 

Maandag, 25 juli 2005

Vroeg opgestaan. Prachtig uitzicht over de rivier de Beni en de kloof die de rivier door het Bala-gebergte (cuesta) heeft geslepen. Uiteindelijk stroomt dit water in de Amazone. Heerlijk ontbijt in het restaurant. Wonderlijk dat hier in de jungle een beter ontbijt kan worden geserveerd dan in de meeste Franse hotels.Verder gepraat met Juan-Carlos en Felsie. Beide zijn inwoners van het dorp San Miguel del Bala die zich - met behulp van een ngo-organisatie - hebben omgeschoold tot gidsen. In totaal wordt het complex gerund door een deel van de 46 families die in het dorp wonen; zo'n 20 man personeel voor de keuken en een 18-tal gidsen die in toerbeurten de toeristen bedienen. De eerste dag maken we met Felsie en Juan-Carlos een wandeling in de buurt van het dorp. We krijgen uitleg over de bomen, lianen, en planten die in de omgeving groeien. Welke boomsoorten het hout hebben geleverd voor de lodges waarin wij hebben geslapen. Welke planten geneeskrachtige werking hebben. Felsie graaft een vogelspin op uit een vermolmde boomstronk. 's Middags brengen we een bezoek aan het dorp en krijgen een goede indruk hoe een dergelijk dorp reilt en zeilt. Een van de dorpsgenoten van de gidsen geeft een demonstratie van een suikerrietpers. De stengels worden een voor een in de pers gestopt die op handkracht wordt bediend. De smaak is heerlijk, zeker met een beetje vers citroensap. Aan het eind van het dorp, dat als een lint langs de rivier ligt, worden we opgewacht door Fernando onze schipper, die ons terugbrengt naar de lodges. Weer een prima maaltijd, o.a. vis op drie verschillende manieren klaargemaakt (bakken, koken, stomen in bananenbladeren). Vers vruchtensap, rijst, picante (hete saus), thee, nescafe. Fruit toe. We besluiten nog een paar dagen te blijven.

 


Zondag 24 juli 2005

Rurrenabaque

Zondagmiddag met twee taxi's naar het vliegveld van La Paz. De oude taxi's waren niet in staat om de klim naar de altiplano op de "normale" manier te nemen; deze routes zijn te steil. Daarbij kwam dat het centrum van La Paz was afgezet door festiviteiten i.v.m. de start van het nieuwe academische jaar. Via een creatieve omweg en uiteindelijk de (tol)snelweg naar boven kwamen we toch nog op tijd aan op het vliegveld. Het vliegtuig was een Fairchild propellorvliegtuig met twee motoren. In de smalle sigaar was ruimte voor 19 passagiers. Je kon er niet rechtop staan. Mooi uitzicht op de Cordillera Real (Illimani). Wel erg veel turbulentie boven het gebergte (kinderen gillen als in een achtbaan). Na een klein uurtje landde het vliegtuig op het vliegveld van Rurrenabaque. Niet de tropische warmte die we verwacht hadden, maar een bewolkte hemel en fris temperatuurtje. Het vliegveld was een soort voetbalkantine aan de rand van de grasvlakte. Hier werden we opgewacht door Juan-Carlos van San Miguel del Bala. Een busje bracht ons naar de Beni rivier waar een boot voor ons klaar lag. In een rap tempo (40 pk buitenboordmotor) bracht het ons naar de lodges (vakantiehuisjes) in het oerwoud. Naast ons vlogen de vogels die op weg waren naar hun slaapplaatsen bij de lagune. In het halfdonker kwamen we aan in het dorpje San Miguel del Bala waar net een half jaar daarvoor een complex was ingericht voor ecotoerisme. Wij waren de 80ste bezoeker. Het complex bestond uit een ontvangstruimte en een keuken/restaurant (beneden aan de rivier) en een zevental 3-persoonshuisjes op de top van een heuvel ca. 100 meter boven de rivier. Iedere keer weer een flinke klim. Ieder huisje staat midden in het oerwoud. Je kunt vanaf het huisje de andere huizen niet zien. Lotte, Hilde en Anne-Sara namen het eerste huisje, Paul en Marja het tweede, Bertha, Hans en Jan-Manuel het derde. Ieder huisje was opgebouwd met materialen die in de directe omgeving van het huisje waren te vinden. Tropisch hardhout voor de palen, gevlochten riet voor de wanden en palmbladeren voor het dak. Alleen het muskietengaas van de ramen was geimporteerd. Nadat we onze bagage gedumpd hadden konden we gelijk aanschuiven voor het avondeten. Prima driegangenmenu met gerechten uit de streek, spaarzaam verlicht door een peertje dat werd aangedreven door een generator. Kennismaking met onze gastheren en gidsen Juan-Carlos en Felsie. Na het eten met zaklampen de weg naar boven gezocht. Het looppad naar de huizen is afgezet met touwen, nadat een een paar weken daarvoor een Franse toeriste op weg van beneden naar boven is verdwaald (in het donker zeker niet ondenkbaar!).

Saturday, July 23, 2005

 


Vrijdag, 22 juli 2005

Dagje thuis. Lezen, cd's met foto's branden. Auto naar de wasstraat gebracht. Voor 60 Bs. wordt de auto van binnen en van buiten schoongemaakt, inclusief de bekleding. Boodschappen gedaan in de plaatselijke supermarkt. Ook weer een ervaring. Bij iedere rij (werkelijk iedere!) staat een Boliviaanse schoonheid producten aan te prijzen. Gelukkig minder agressief dan in Nederland. Hier wachten zij tot jij ze aanspreekt. Bij de kassa wordt je geholpen door vier man personeel. Iemand die de boodschappen op de band legt, de kassiere, iemand die de boodschappen in tassen stopt en naar de auto brengt, en iemand die klaar staat om prijzen na te kijken in de winkel. Werkt wel lekker. 's Middags geklust aan de PC's van Hans. 's Avonds nog wat gewinkeld in El Sur, DVD's gekocht voor 20 Bs. per stuk.

Zondag vliegen naar de jungle (Rurrenabaque)!

 
Donderdag, 21 juli 2005

Terugreis naar La Paz. Voor het ontbijt de auto's opgehaald die op een opslagterrein van Colquetours (www.colquetours.com) stonden. De X-Trail stond met een lekke achterband. In de vrieskou het wiel van de wagen afgehaald en op zoek gegaan naar een garage. Deze zijn te herkennen aan een stapel buitenbanden (de bovenste staat rechtop) of aan een buitenband op een paal. De eerste die wij vonden, een humeurig oudje met een kaboutermuts, wilde niet direct aan de slag, niet erg gelukkig gezien de lange dag die nog voor ons lag. Onze verdere zoektocht leverde echter geen andere garages op die ons konden helpen, dus wij terug bij de "grumpy old man" . Na enig aandringen ging hij toch aan de slag, er bleek en spijker in de band te zitten. Met de Rocky en de gerepareerde band weer terug naar de X-trail. Gelukkig was de trein weg die de toegang naar de straat met de X-trail blokkeerde. Gerepareerde band linksachter, de band die gisteren geplakt was linksvoor en de reserveband weer in de achterbak. Half elf, klaar om te vertrekken. Gelukkig was er nog diesel in het tankstation van Uyuni. Zullen we nog een jerrycan met diesel kopen voor onderweg, gezien de ervaringen van de heenweg? Welnee, we nemen het risico...

Het eerste stuk, 231 km. over een onverharde weg, een vijftal rivieren oversteken ging zonder noemenswaardige problemen. Bij de laatse rivier vergaten we ons raampje helemaal dicht te draaien zodat het ijskoude water naar binnen gutste. Op plaatsen waar de weg slecht was waren parallelwegen ontstaan. Soms vlak naast de oorspronkelijke weg, soms ook honderden meters van de weg af. Je moest je steeds afvragen, is dit de parallelweg (of de parallelweg van de parallelweg) of is dit een afslag? De buitenste weg bleek meestal de beste te zijn. Onderweg de laatse vicuna's en flamengo's gezien. Prachtige tocht, daar kan geen Eurodisney tegen op. Bij Challapata begon de verharde weg naar La Paz. Wij vol goede moed naar het benzinestation waar wij op de heenweg diesel hadden kunnen tanken. Helaas geen druppel meer. "Misschien in Oruro". Wij vol goede moed naar Oruro; het tweede benzinestation had diesel, maar er stond een rij van ca. 50 auto's en vrachtwagens te wachten. Niet echt aantrekkelijk, vooral omdat je geen garantie hebt dat ver nog diesel is zodra jij an de beurt bent (was ook zo). Dan maar een bestuurder aangesproken die net de dieselpomp verliet. "Weet u misschien waar je in Oruro aan diesel kunt komen voor iets meer dan de normale prijs?". De bestuurder die net een 20-liter jerrycan had volgepomp met diesel wist wel een oplossing. "Rij maar achter me aan". In een achterafstraatje van Oruro werd de bodem uit een lege colafles gesneden, een prima filter. De 20 liter was binnen no-time overgeheveld. Wij blij, hij blij. Voldoende om naar La Paz te rijden. De laatste 183 km. over de verharde weg was erg vermoeiend. Donker, veel verkeer zonder licht, of met het verkeerde licht (twee witte lampen en een gele schijnwerper als achterlicht), fietsers langs de weg, zwerfhonden, cholita's met enorme zakken, lifters. De Rocky is geen echte inhaalmachine. Met zijn top van 100 km. per uur soms net even iets sneller dan de bussen en vrachtauto's. Toch veilig op El Alto aangekomen. Hans loodste ons door de miljoenenstad naar de rand van de kloof waarin La Paz ligt. Prachtig gezicht over die verlichte bak. Omdat we toch nog redelijk fit waren en de kinderen ook een verzetje hadden verdiend reden we naar Roky. Een Peruaans restaurant waar je heerlijke vleesgerechten kunt eten. Wat mij in ieder geval is bijgebleven zijn de gebakken uier (kauwgom), stukjes gebakken hart op een satestokje en de gebakken niertjes. Heerlijk in "eigen" bed geslapen.
(paul)

 


Woensdag, 20 juli 2005

De laatste dag van de rondreis door de woestijn. Ontwaken bij min drie graden celsius, ontbijten bij nul graden Celsius, de "stallen" waren onverwarmd. Als laatsten vertrokken we, op weg naar de geisers. Na 20 km. doemden de rookpluimen op. Geweldig om te zien hoe de aarde hier kookt (200 graden C.) en dampt. Onder leiding van Carmelo liepen we dwars tussen de stoom en kokende modderpoelen door. Het stonk enorm door de zwavel die vrij kwam. Bovendien was het door de flinke storm die er die dag was ijs en ijskoud. Maar het was werkelijk geweldig, je vergat door wat je zag de kou en de stank. Even verderop waren de thermale baden, met water van ong. 30 graden. De kinderen waren zo moedig om er, ondanks de ijskoude wind, toch in te gaan. Ze vonden het heerlijk, zelfs het afdrogen en aankleden viel mee. Na ong. 2 uur rijden bereikten we het Laguna Verde (groen meer) bij de grens tussen Bolivia, Chili en Argentinie. Vlakbij het meer was een overstap- en overnachtingsplaats voor reizigers vanuit Chili. Hier kregen de chauffeurs de lunch voor die middag mee. Die aten we op de terugweg op dezelfde plaats waar we overnacht hadden. Vandaar ging het in een ruk door naar Uyuni, waar we rond 7 uur aankwamen. Een lange dag in de auto, maar nog steeds door en prachtig landschap. In Uyuni lekker gedouched na 3 dagen en gaan eten bij dezelfde pizzeria. En weer smaakte het uitstekend. Buiten en in het hotel leek het veel minder koud dan 3 dagen daarvoor, maar dat kan ook gewenning zijn!
(Marja)

 


Dinsdag 19 juli 2005

Na een koude nacht bij het ochtendgloren opgestaan. Deze dag vervolgden we onze reis door een zeer droog, bijna onbewoond gebied. De uitgestrekte vlaktes worden afgewissled door vulkanen, lavavelden en verzilte meren. De eerste keer dat we een woestijn doorkruisten. Onderweg zagen we prachtige rotsformaties met af en toe een hele aparte plant erop. Yareta, een grote, groene bol tot anderhalve meter doorsnee die nog het meest op een met mos begroeide steen lijkt. Deze planten worden als brandstof gebruikt. We kwamen langs verschillende meertjes en op een ervan (Laguna Hedionda, 'het meurmeer' ) zagen we flamingo' s. Een schitterend gezicht, maar wat een stank! We konden ze heel dichtbij benaderen. Lotte wilde nog dichterbij komen om ze te fotograferen en moest dat bekopen met vieze, stinkende, natte voeten. Ze was door de deels bevroren blubber gezakt. Tijdens de lunch, die we iets van de rand van het meer gebruikten, konden haar sokken en schoenen drogen. Uit de wind en in de zon was het goed uit te houden op blote voeten (in de wind was het echt koud!). Tijdens de rest van de tocht draaiden we muziek van Lotte's mp3 speler. De Boliviaanse volksmuziek van Javier paste hier goed bij, maar het was ook geweldig om door dit adembenemende landschap te rijden met onze eigen muziek aan ('Califonian Dreaming' van The Mama's and the Papa's, 'Geef mij je angst' van Guus Meeuwis, ....) Toen we de Laguna Colorada (gekleurde meer) naderden zongen we mee met liedjes van het Hofpleintheater! Net voorbij dit meer lag de tweede overnachtingsplaats. Een zeer eenvoudige ruimte, waar het echt ijskoud was. De thermometer zakte om het half uur met enkele graden tot ongeveer 5 graden onder nul. Door de harde wind was dit echt onaangenaam. Het avondeten aten we met wanten, mutsen en sjaals aan, want er was geen enkele verwarming. Bij de wc's moest je oppassen om niet uit te glijden, de vloer was bevroren, evenals het water om de wc's mee door te spoelen. Wat waren we weer blij met onze thermische lange onderbroeken en donzen slaapzakken!
(Marja)

 


Maandag, 18 juli 2005

Wakker geworden van de straatgeluiden, aan de overkant van het hotel lag de overdekte markt. Toen Marja uit het raam keek, keek ze midden in een open vrachtauto vol met slapende mensen. Het was al zo koud om je hoofd buiten de dekens te doen, laat staan om daar te slapen.
Na het ontbijt even wat boodschapjes gedaan op de markt voor tijdens de rondreis. Rond half elf waren de twee chauffeurs (Javier en Carmelo) aangekomen met wie we de drie-daagse jeepexcursie zouden gaan maken. De auto' s zagen er prima uit, grote Toyota terreinwagens. Het programma van de eerste dag begon met een bezoekje aan het 'treinenkerkhof' ("Hans, kan je even vertalen wat hij zei, heeft hij het nou over een treinenkerkhof?"). Hier staan allerlei verroeste (stoom)treinen aan de rand van de zoutwoestijn. Een bizar gezicht.
In het dorpje Colchani bezochten we een museumpje met sculpturen uit zoutblokken en zagen we allemaal hopen zout liggen, klaar om te verwerken.
Hierna reden we de zoutwoestijn op. Het leek net een enorme bevroren vlakte met sneeuw erop, maar het was toch echt zout (afmeting:180x80 km.!, hoogte 3660 m., het laagste gedeelte van de Altiplano). Hilde had nog nooit in haar leven zo veel zout bij elkaar gezien, nou wij ook niet! Bij de Ojos del Salar (ogen van de zoutwoestijn) pruttelden plasjes water en modder met zwavel. Na nog een stuk over de eindeloze zoutvlakte naderden we het Isla Pescado (viseiland). Een eiland bestaand uit scherp vulkanisch gesteente, fossiel koraal en honderden enorme cactussen (Cardoncactussen). Vanaf dit eiland heb je een prachtig uitzicht over de zoutvlakte, met aan de horizon toppen van verschillende vulkanen. Op dit eiland werd de lunch geserveerd door de chauffeurs, aan tafeltjes gemaakt van zout. Geen probleem als je wat zout nodig hebt, je schraapt gewoon wat van de onderkant van de tafel af, he Bertha! Na het eten nog een wandeling over het eiland gemaakt, prachtig was 't. Na nog 45 min. over het zout gereden te hebben, bereikten we om ongeveer half 5 het vaste land. In een dorpje aan de rand van het zoutmeer lag het hotel voot die nacht. Nog even rondgewandeld in het dorpje waar Paul al snel een fan had, een nogal hyperactief ventje die niet bij Paul weg te slaan was. Gelukkig was er 's avonds tussen 7 en 10 uur electriciteit zodat we de accu's en batterijen voor de digitale camera's konden opladen. Hans had zijn laptop meegenomen om de camera's te kunnen legen, zo waren we weer voorbereid voor de komende dag.
(Marja)

 


Zondag, 17 juli 2005

Trip naar Uyuni

' s Morgens om half 9 vertrokken we met een auto vol warme kleren richting Oruro, de eerste (en enige) grote stad op de weg naar Uyuni. Hans en Bertha in de Nissan X-trail en wij in de Rocky 4WD (Daihatsu). Naar Oruro is het ongeveer 3 uur rijden over de Altiplano. Eerst ongeveer een uur omhoog de stad uit en door El Alto.

De weg naar Oruro is goed en rijdt prima. In Oruro was het een beetje lastig om de weg naar Uyuni te vinden, we misten de rondweg. Ondanks een aantal keer vragen, raakten we verstrikt in een flinke markt. Erg leuk om te zien, maar het schoot natuurlijk niet zo op. Een veel groter probleem was, dat er in heel Oruro geen druppel diesel te krijgen was. We hadden nog wel iets, maar zeker niet genoeg om in Uyuni te komen. Echt overal zaten zakken over de dieselpompen, of werd er d.m.v. olievaten naast de pomp aangegeven dat er geen diesel was. Onze hoop was gevestigd op het dorp Challapata, 125 km verderop. Op de een of andere manier lukte het toch de stad uit te komen en vervolgden we onze reis. Daar het al later en later werd, besloten we niet ergens te gaan lunchen, maar de broodjes te eten die die dag nog aan het hek waren gehangen. Van Oruro naar Challapata loopt een goede, geasfalteerde weg, vlak langs het lago Poopó.

In Challapata hadden we echt geluk, er was diesel! Wat kan je dan blij zijn met een benzinestation. Hierna reden we nog 35 km. over een gewone weg. Na Huari was dat wel anders! We hadden op de kaart al gezien dat de laatste 200 km. naar Uyuni over een onverharde weg liep. En dat klopte! Nou heb je verschillende gradaties in onverharde wegen. We hebben alle soorten gehad. Harde klei (prima berijdbaar), zand (lekker zacht, maar wel slibgevaarlijk), steentjes, ribbels (als een wasbord) en allerlei combinaties daarvan. Voeg daar een dor en kaal, enigszins glooiend landschap aan toe en je waant je op de route Parijs-Dakar. Geweldig om daar te rijden. Erg leuk waren de ondiepe riviertjes die we door moesten met de auto. Hans wachtte gelukkig steeds tot wij vlak achter hem waren, zodat we de kunst af konden kijken. Wat het geheel nog spannender maakte, was dat er nauwelijks dorpjes waren onderweg, laat staan richtingaanwijzers. De dorpjes lagen soms wel 60 km. uit elkaar. Rond 4 uur stopte Hans bij het dorpje Rio Mulatos. Een lekke band! Alle bagage uit de auto en als een volleerde monteur begon Hans aan de klus. Bertha en Paul reden met de kapotte band het dorp in om hem te laten repareren, zodat we weer een goede band hadden voor de rest van de reis. Het lukte hen om iemand te vinden die het meteen wilde doen. Even koffie gedronken tussen mensen die net zo stoffig waren als het landschap. Zij maakten de reis in een open vrachtwagen. Inmiddels waren we een uur verder en hadden we nog zo' n 100 km. voor de boeg. Onderweg zagen we de eerste vicuna's (een wilde kameelachtige, ze zien er een beetje uit als een kruising tussen een ree en een lama, mooie slanke beesten). Het begon al behoorlijk te schemeren en Uyuni was nog lang niet in beeld. In de voorruit verscheen een vreemde v-vormige barst die rose oplichtte. Het bleek een zwerm flamino's te zijn die in het laatse daglicht naar het zuiden vlogen. De laatste 50 km. reden we in het pikkedonker. De meiden zongen de onrust van zich af, een goede afleiding voor Marja, die het nu toch wel erg spannend begon te vinden. Eindelijk doemde de Salar de Uyuni voor ons op. In het maanlicht lichtte deze zoutwoestijn (salar) spierwit op tegen de donkere lucht. Volgens Hilde was het net een 'glow in the dark'. Nu waren we er bijna! In Uyuni hadden we het hotel snel gevonden en konden we opgelucht ademhalen. Het was een indrukwekkende reis geweest! Hotel Kutimuy is een eenvoudig backpackershotel in het centrum van het stadje. Hier aardig wat toeristen uit Frankrijk en de V.S. 's Avonds heerlijk pizza gegeten in een knus restaurantje. Een gitarist speelde El condor pasa. Daarna de snijdende kou weer in en met thermisch ondergoed aan heerlijk geslapen.
(Marja)

Saturday, July 16, 2005

 


Vrijdag, 15 juli 2005

De volgende dag om half vijf op om de bus naar La Paz te halen. Spectaculaire tocht door de Yungas naar La Cumbre, een pas op 4600 meter. Gelukkig was het eerste deel van reis nog donker. Af en toe zag je pal de lichten van een vrachtwagen die meer dan een kilometer onder je reed. In de reisgids wordt deze weg aangeduid als "de gevaarlijkste van de wereld" ; lichtelijk overdreven, maar ik was blij dat het niet net geregend had. In Miraflores (wijk van La Paz) afscheid genomen van Felix en Joaquin, die hun vrouwen en kroost gingen verwennen met onze propina (fooi). Taxi naar Urbanization San Alberto genomen, waar wij konden aanschuiven bij het ontbijt van Bertha en de kinderen (Hans was al aan het werk). We stapten precies om 9 uur binnen. Bertha, die in de tuin bezig was, schrok enorm toen ze ons ineens zag staan! Zo vroeg had ze ons niet verwacht.

Nog een paar woorden over de gidsen. Je kon merken dat zij gewend waren om wandelaars rond te leiden. Onderwerg was er altijd één die voorop ging, en een die achterop liep. De achterste gids paste zijn tempo aan, aan de langzaamste wandelaar. Tijdens de lunch en het avondeten zorgen zij er voor dat eerst de gasten eten krijgen en gaan pas daarna zelf eten. Toen wij op donderdagavond al op een oor lagen, waren zij nog bezig met de afwas (ondanks ons aanbod om mee te helpen). Meer dan de Europese gidsen, die vaak de leiding overnemen, luisteren zij naar hun klanten. Hier maakt de klant de tocht, de gids adviseert alleen. De gidsen hadden stevig ingekocht voor de tocht. Aardappelen, bananen, een hele ananas (!), 3 soorten thee (waarvan een met 50 zakjes), een pot nescafé, een kilo suiker, poedermelk. Ik schat dat nog niet eenderde van de voorraad is gebruikt. Vermoedelijk zijn dit de secundaire arbeidsvoorwaarden. De restanten gaan naar de familie van de gidsen (Felix heeft 4, Joaquin 2 kinderen) en dat is prima zo.

 


Donderdag, 14 juli 2005

De volgende morgen vroeg op pad, achter de Fransen aan, die al hun bagage op 4 ezels hebben gelaten (het kan dus nog luxer). Verder afdalen door de jungle. Door kleine bosbrandjes was de lucht bewolkt waardoor het minder heet was dan de dag ervoor (op deze hoogte) en er een mysterieuze gloed over het landschap hing. Alsof je de halve dag in het ochtendgloren liep. Het laatste deel van de route gaat over een, met betonnen platen afgedekte geul waarin water naar een elektriciteitscentrale stroomt. Wel lekker lopen want de kuiten zijn nu al aardig verzuurd. Nog een kleine klim naar het mijnwerkersdorpje Chojlla (spreek uit tsjòglja). Hier wordt nog wolfraam gewonnen. Morsig stadje, op het centrale plein/voetbalveld wordt geoefend voor de feestdag van de stad La Paz. Fluiten en trommels, niet één zuiver of in de maat. Kaartjes gekocht voor de bus naar La Paz voor de volgende dag. De bus was al volgeboekt, maar wat extra Bs. doen wonderen. Snel door naar het einddoel van de tocht, het plaatsje Yanacachi. Kleurrijken zeer eenvoudig hostal met zwembadje (groen, ijskoud water). Prachtige tuin erbij met veel fruitbomen; avocado, bananen, citroenen, grapefruit, koffiestruiken (nog nooit eerder gezien). De eigenaar van het hostal stond met een katapult de papegaaien uit zijn bomen te verjagen. Rondom de grapefruitbomen zoemden de kolibri´s (glanzend goud-groen). Het enige restaurant in het dorp was gesloten, maar Felix wist een van de lokale cholita´s (een vrouw met een Indiaans-afrikaanse achtergrond) zover te krijgen dat zij een maaltijd voor ons klaar maakte. Groentensoep, gebraden kip met rijst en patat (7 Bs. per persoon, toch weer zo´n 70 eurocent). Met een breed gebaar hebben wij voor Felix en Joaquin ook betaald. Om 8 uur ´s avonds lagen we op een oor. Geen probleem, want het was toch al pikkedonker en we waren goed uitgeput. Te korte bedden, waardoor wij diagonaal op de spiraal moesten liggen. Maar ook dat weerhield ons niet van een nachtje goed slapen. Gelukkig was de temperatuur hier iets aangenamer dan op de richel.

 



Woensdag 13 juli 2005

Takesi-trail

Vroeg uit de veren. Brigit van het reisburo heeft een minibus geregeld en twee gidsen die ons over de Takesi-trail (40 km.) gaan leiden. Om half acht rijdt het busje voor met daarin 4 Bolivianen; de 2 gidsen, de chauffeur en een bijrijder. Uitgezwaaid door Hans (in een lichtblauwe badjas), Anne-Sara en Linda (de Duitse herder van Hans, blaft alleen tegen Bolivianen). De minibus stopt nog even bij een onduidelijk winkeltje om wat etenswaren in te slaan. Met een tocht van twee-en-eenhalf uur rijden naar het begin van de route bij de mina de San Francisco (een oude tinmijn, weer actief). De bagage wordt verdeeld over de twee gidsen. Eén gids draagt een van onze rugzakken (tent, slaapzakken, matjes) aangevuld met voedsel (ik schat zo´n 25 kg.), de andere gids loopt met eigen spullen. Zelf lopen we met lichtere rugzakken maar toch nog altijd zo´n 15 kg. inclusief 4 liter water (paul), Lotte met minder, maar met een zak aardappelen (!) en kleding ook nog behoorlijk zwaar en Marja en Hilde ècht licht. De route begint met een steiging van anderhalfuur, daarna is het alleen maar dalen (klinkt leuker dan het is). Bij de start ontmoeten wij twee Califorische meisjes die de tocht maken omdat hun ouders dezelfde tocht ooit hebben gemaakt. Ik vind het leuk om de tocht tegelijk met de meiden te doen. De 3 tot 4-daagse tocht gaat deels over prachtig aangelegde pre-Columbiaanse paden (Inca en Tiwanaku-tijdperk). Compleet met afwateringsgoten en hellingmuurtjes, een beetje civieler kan hier zijn vingers aflikken. Uitgebreide lunch klaargemaakt door onze gidsen/dragers/koks Felix en Joaquin. Brood met avocado met mayonaise, tomatensaus of mosterd, kaas, tomaten, komkommer. De zitmatjes komen goed van pas, de grond is bezaaid met een stug soort kort gras waar je niet op kunt leunen, de stekeltjes boren zich diep in je hand en andere lichaamsdelen. Dit weten we nu uit ervaring!
´s Middags om drie uur komen we aan in het pre-historische dorpje Takesi (8 inwoners). Hier brengen de meeste wandelaars de eerste nacht door. Omdat wij nog fit zijn en in het dorp een penetrante mestlucht hangt, besluiten we om door te lopen naar de volgende overnachtingsplaats, drie uur verder. Dit blijkt een brede richel te zijn waarop een drietal huisjes staan met ruimte voor een stuk of wat tenten. Prachtig uitzicht over de eeuwige sneeuw van de Mururata en de groene valleien van de Yungas (subtropen). De dag begonnen op 4600 meter tussen de adelaars (in het Spaans ave, de gidsen noemden ze avemarías, wees-gegroetjes) en bevroren watervallen, de dag geeindigd op 2100 meter tussen de palmbomen, zwarte papagaaien (2), kolibri´s (> 10) en vlinders zo groot als het deksel van een beschuitblik. Felix en Joaquin maken ´s avonds voor ons een uitgebreide maaltijd klaar; groentensoep, spaghetti met gehakt, cocathee. De door ons meegenomen campinggasbrander werkt voor geen meter. Het lukt niet om een pan water aan de kook te brengen. Gelukkig mogen we bij een van de huisjes koken op een houtoventje (5 Bs. voor het brandhout). Door onze lange dag eten we pas laat terwijl het snel afkoelt tot 7 graden celsius. Naast ons een Nederlands stel die hun baan en huis hebben opgezegd om een half jaar door Zuid-Amerika te reizen. Lotte zei: "Wauw, dat is pas leven". Ze ging gelijk plannen gaan maken om in het buitenland te gaan studeren. Op een richel lager stonden een aantal Fansen die een aantal toppen aan het beklimmen zijn in de Andes ter nagedachtenis aan een vriend die door een vallende steen om het leven is gekomen. Dit was de toch die hij altijd wilde maken. Mooie manier om iemand te gedenken. Lekker tukken bij 3 graden onder nul. Lotte en ik houden onze mutsen op.

 


Dinsdag 12 juli 2005

Dagje ´thuis´

´s Morgens aan de website gewerkt (paul) en Marja is meegegaan met Hans naar de supermarkt. Altijd leuk in een ander land.
Bovendien nuttig, want er moesten inkopen gedaan worden voor de wandeling de volgende dag. Terwijl de kinderen met Hans en Bertha bij het skatepark waren, gingen wij ´s middags met de taxi naar het centrum om bij ´ons´ reisburo nog wat afspraken te maken en te betalen voor de wandeling naar de Yungas en de andere twee grote trips die we nog willen maken. Weer zo´n twee uur daar gezeten. Daar gaat erg veel tijd in zitten, maar dan is er ook wel wat geregeld ook. We zijn nog steeds blij dat het allemaal in het Nederlands kan, praat toch wat makkelijker. Helaas schemerde het al weer toen we buiten kwamen. En hoewel we de tiet met geld achter hadden gelaten bij het reisbureau, voelden we ons toch niet zo op ons gemak met de paspoorten van alle 8 op zak (die hadden ze nodig op het reisbureau). Het was ook moeilijk om een taxi te krijgen die ons op dat tijdstip naar San Alberto wilde brengen. Zelfs radiotaxi´s kenden zogenaamd de wijk niet. Met behulp van de bewaker van het winkelcentrumpje waar het reisbureau gevestigd is, lukte het na een half uur eindelijk om naar huis te rijden. Daar was de open haard al aan en viel alle spanning van ons af!! ´s Avonds gepakt voor de wandeling van de volgende dag.
(marja)

 


Maandag 11 juli 2005

Terugweg Copacabana - La Paz, via de ruïnes van de stad Tiwanaku.

Na een weer een heerlijk uitgebreid ontbijt gingen de kinderen nog even shoppen bij de vele souvenirkraampjes. Wij raapten ondertussen onze spullen bij elkaar en haalden de auto´s op. Het wegrijden van de Rocky was nog niet zo eenvoudig. De helling naast het hotel is onverhard, stoffig en zeer steil en de motor van de auto was nog koud. Gelukkig lukte het Hans wel.
Om kwart voor elf troffen we de kinderen bij de kraampjes voor de kerk en na het bewonderen van alle aankopen, reden we het dorp uit. De terugweg was zo mogelijk nog mooier dan de heenweg. Nu reed je vrijwel de hele weg naar de besneeuwde toppen toe. Vlak voor Tiwanaku moesten we nog even stoppen op een finke helling om de auto te laten afkoelen. Het koelwater kookte! Rond half drie waren we bij Tiwanaku. Daar eerst even gegeten, voor het eerst lamavlees, sorry Hilde!

Tiwanaku is een indrukwekkende ruïne van wat eens een belangrijke stad was. Van nog vóór de Inka-cultuur. Er worden nog veel opgravingen gedaan. Men is nu bezig de terrassenpiramide bloot te leggen. Een van de nabijgelegen musea is pas geopend. Het is een prachtig gebouw, opgetrokken uit recht boven elkaar geplaatste stenen in dezelfde kleur als de voorwerpen die er tentoongesteld worden. Er is een ruimte waar maar één enorm beeld wordt tentoongesteld. Prachtig belicht vanaf de onderkant, zodat je door het strijklicht het beeldhouwwerk beter kunt zien. Toen we terug wilden gaan naar La Paz kwam er nog een lamakudde langs. We reden om ongeveer 5 uur weg, zodat we weer in het donker thuis aankwamen. El Alto in de avondschemering en spitsuur blijft een belevenis, vooral als je zelf moet rijden, hè Paul (het ging goed hoor!).
(marja)

 


Zondag 10 juli 2005

Isla del Sol 2005, verjaardag Marja

-- NOG SCHRIJVEN --

 


Donderdag 7 juli, 2005

Samen met Marja de stad in. Met de taxi naar de Calle Sagarnaga naar een reisbureautje met een Nederlandse eigenaar. Hartelijk ontvangen door Brigit die uitgebreid de tijd voor ons nam. Veel informatie gekregen over onze plannen (Titicacameer, wandeling over oude Inca-route, reis naar een grote zoutvlakte, reis naar Rurrenabaque). Daarna de taxi (6 Bs. = 0,60 euro) genomen naar het kantoor van Hans (Hans is directeur van de Stichting SNV Nederlandse Ontwikkelingssamenwerking voor Bolivia en Peru). Vanaf deze middag heeft Hans ook vakantie. Met de Nissan X-Trail naar huis teruggereden.

's Middags zijn wij met Hans en de kinderen de Chakaltaya opgereden. Onder de top van deze berg lag het hoogste skigebied ter wereld. De gletsjer waarop geskied werd is de laatste jaren echter ernstig geslonken zodat er nu niet veel meer over is dan een zielig hoopje vervuild ijs. Waarschijnlijk zal er nooit meer op deze plek geskied worden. Voor ons wandelaars was dat natuurlijk geen probleem. Vanaf de parkeerplaats bij de Refugio Club Andino zijn wij omhooggelopen naar de top van de Chakaltaya op 5.395 meter. Voor ons allemaal een hoogterecord! Prachtig uitzicht over de hele Cordillera Real met in de verte (80 km.) de zon glinsterend in het Titicacameer. Geweldig mooi. Lotte en Jan-Manuel kregen last van de hoogte (hoofdpijn) zodat wij vrij snel weer aan de afdaling zijn begonnen. Tijdens de rit terug naar La Paz zagen wij een grote kudde lama's lopen. Wij zijn uitgestapt en in het lage avondlicht hadden we een prachtig beeld van de lama's tegen de achtergrond van de eeuwige sneeuw op de Nevado Wayna Potosi (6088 m.). Na zonsondergang (rond 6 uur) werd het heel snel erg donker. De overgang tussen dag en nacht duurt hier ongeveer 10 minuten. In het halfduister hebben we onze weg gezocht over de altiplano naar El Alto, en in de drukke avondspits een weg naar huis gevonden (een avontuur op zich). In totaal een afdaling van bijna 2 km. van de 5.395 m. naar de 3.470 m. waarop het huis van Hans en Bertha ligt in het zuiden van La Paz. Bij de open haard (inderdaad: kaas en wijn) de plannen voor de volgende dag doorgenomen (paul).

Vrijdag 8 juli 2005

Reis naar Copacabana

Met de twee auto's op pad naar het Titikakameer. Hans achter het stuur van de Rocky, Bertha in de X-trail. Bovenop de altiplano bij de start van de tolweg naar het noorden gewisseld. Hans in de X-trail, Paul in de Rocky. Dit was echt genieten van iedere meter. Een prachtige reis over de altiplano met rechts de Cordillera Real en links het wilde westen. Lunch in een restaurantje aan het meer in Huatajata. De kinderen brachten hier een bezoek aan het Kontiki-museum. Met de auto op een platte houten schuit om het meer over te steken naar San Pedros de Tequina. De laatse 30 km. naar Copacabana afgelegd in een betoverend landschap van gortdroge heuvels met oude Inca-terrassen. Vlak bij Copacabana slingerd een oude Incapad zich door het landschap. Op aanraden van Birgit naar hotel La Cupula, maar dit was vol. Dan maar naar the good old hotel Rosario pal aan het strand. Geen spijt van gehad, de kamers hadden een prachtig uitzicht over het meer (zonsondergang vanuit de luxe stoel voor je raam), het eten was uitstekend. Die avond ondanks eerdere plannen gegeten in het hotel, we waren te moe om de stad in te lopen. Heerlijk gegeten in het hotel(wok de pollo, oorspronkelijke vissen uit het meer, forel) we waren te moe om de stad in te gaan. Vroeg naar bed.

Zaterdag 9 juli 2005

Heerlijk geslapen. Uitgebreid ontbeten; pannenkoeken met stroop, muesli met yoghurt, 3 soorten vruchtensap, verse ananas, je omelet wordt ter plekke voor je gebakken, koffie, cocathee (op vakantie wordt eten belangrijker). Stad bekeken. Op het grote plein voor de kathedraal worden auto's ingezegend door de lokale priesters. Vanuit heel Bolivia (en Peru) komen mensen hiernaar toe om hun nieuwe (tweedehands) auto te laten inzegenen. De auto wordt eerst kleurrijk versierd met bloemen (een bloem met de kleuren van de Boliviaanse vlag -rood wit groen- is erg populair. De priester zegent de auto inclusief de motor en de inzittenden met wijwater en gebeden. Iedere zegening wordt afgesloten met vuurwerk. In de weekenden is dit echt lopende band werk. In de kapel van de kathedraal staat het beeld van de de zwarte madonna. De betalende kerkgangers op de eerste rij hullen zich onder een okerkleurig kleed in een onderonsje met de priester. De mis wordt begeleid door een zanger met gitaar. Erg mooie acoustic in de kapel. Achter de kathedraal is een donkere kapel waar je een kaars kunt opsteken. Aan de muur hangen plakkaten "Niet met kaarsvet op de muren schrijven". Waarschijnlijk beschouwen de Bolivianen dit als een aanmoediging want op de muur zit zeker een cm. dik kaarsvet.

Tussen de middag lekker gegeten op de binnenplaats van een restaurant. 's Middags de heuvel in het centrum van de stad beklommen. Slechts een paar honderd meter hoog maar op deze hoogte toch een prestatie. Bovenop de heuvel laten Bolivianen hun relaties inzegenen, met bier, wierook en vuurwerk. Het bier wordt eerst in een met de handen gevouwen kom gegooid, daarna wordt het bier in het haar gesmeerd. Mooie afdaling langs de meerkant van de heuvel. 's Avonds gegeten in Copacabana.

Tuesday, July 05, 2005

 


Woensdag, 6 juli 2005

Vandaag fruitontbijtdag. Papaya, meloen, banaan, indeaanse muesli, heerlijk. Iedereen was fit en uitgerust zodat we al vroeg op pad waren. Bertha bracht ons naar een benzinestation waar we Bolivianos konden tanken. Daarna met de Marja en de vier kinderen met de radiotaxi op weg naar de Plaza Murillo (kathedraal, regeringsgebouwen) in het centrum van de stad. Ongelofelijk dat dit plein drie weken geleden nog volstond met protesterende indianen van El Alto. Bij het uitstappen van de taxi even de cultuurschok van een derdewereldstad. Waarin gaan wij ons begeven? Als wij tien minuten op pad zijn verdwijnt dit gevoel langzaam. Jan-Manuel en Anne-Sara loodsen ons moeiteloos door de stad. Bezoek aan een drietal musea in de Calle Jaen. Vooral de pre-colombiaanse gouden voorwerpen hebben de aandacht van de kinderen. Van het Spaanse deel van de stad steken we over naar het indiaanse deel. De markt in de Calle de las Brujas. Bizarre mengeling van souvenirs (beelden van pacha mama, tihahuanacu) en offergaven (lamafoetussen, katten, kikkers met rode bonen in de ogen). Hilde werd steeds witter. Even afkicken bij de burgerking (de etenswaren in de standjes langs de weg ruiken heerlijk, maar we durven het nog niet aan). Radiotaxi naar huis. Heerlijk relaxed koffie gedronken in de tuin van Hans en Bertha (paul).

Dinsdag, 5 juli 2005

Heerlijk geslapen, althans Lotte, Hilde en Marja. Paul had weer last van de ¨begin van de vakantie migraine¨ en voelde zich erg beroerd. Helena, de empleada (hulp), maakte voor hem een kruidenthee met cocabladeren die ze speciaal ging kopen. Dat werkte perfect, Paul is nog nooit zo snel opgeknapt! Om 12.00 uur was Paul weer op de been. Inmiddels waren Bertha, de kinderen en Marja al op weg naar de school van Anne en Jan. Een echte Amerikaanse campus, compleet met sportvelden, een sporthal (met klimmuur) en een zwembad.Leuk om te zien waar zij naar school gaan. Lotte en Hilde vonden het daar ook wel wat. Na de school bezochten we de Valle de la Luna (vallei van de maan), net buiten La Paz. De naam doet de plek eer aan, wat een landschap! Via smalle paadjes liepen we dwars door sterk geërodeerde kleizuilen, na iedere bocht weer een ander uitzicht. Aan het eind van de wandeling stond een muzikant te spelen op een panfluit. Jan vroeg of het echt waar was dat hij wel eens boven op een zuil stond te spelen, waarop hij meteen een demonstratie gaf. Nadat de kinderen hem geld hadden gegeven, mochten ze nog met hem meespelen. Een mooi gezicht, zo met de maanvallei als decor. Bij thuiskomst werd ons meteen gezegd door Helena, dat de caballero (Paul dus) in de tuin zat. Gelukkig, nu kon voor hem de vakantie ook beginnen. Aan het eind van de middag nog een architectuurwandeling gemaakt door de wijk . Er staan hier de meest uiteenlopende bouwwerken: Amerikaanse super-kitsch, Mexicaanse adobe haciënda´s, Oostenrijkse gemütlichkeit en minimalistische blokkendozen. In schril contrast met de baksten en golfplaten huisjes die buiten de compound staan. ´s Avonds bij de open haard spekkies gebakken (marja).

Maandag, 4 juli 2005

Landing op Charles de Gaulle; Japanners eruit, Bolivianen erin. Om half vier ´s nachts werd eindelijk het avondeten geserveerd. Kip of vlees? Hilde was inmiddels onder zeil, maar kreeg later toch een portie dank zij een attente steward. Iedereen heeft slecht geslapen vanwege een huilende baby vlak naast ons. De wc begon na verloop van tijd toch wel erg te stinken. We kregen de neiging om een bordje op te hangen met: "Nao usar". Even voor achten plaatselijke tijd kwamen we aan in Sao Paulo. Een gigantische stad die er vanuit de lucht niet echt aantrekkelijk uitzag. Overstappen op een verrasend klein vliegveld (in vergelijking met de stad). In de hal werd driftig gemasseerd. Anderhalf uur later vertrok het vliegtuig naar Bolivia. Tussenlanding in Santa Cruz de la Sierra, de woonplaats van Hans en Bertha. Mooie weidse vlaktes met hier en daar een palmboom gebukt onder de wind. Niets gezien van de stad. De aankomst in La Paz was spectaculair; eerst over de bergen tussen de zesduizenders door, dan de stad La Paz gelegen in een enorme kuil en dan over een gortdroge hoogvlakte (Altiplano) met alle kleurschakering tussen beige en bruin maar dan flets. In de rij voor de douana waren Lotte en Hilde al duizelig door het gebrek aan zuurstof op 4000 meter. Gelukkig waren er behulpzame kruiers die ons assiteerden met de koffers. Wonder boven wonder waren alle 7 koffers aangekomen (10 Bs = 0,10 eurocent). Hans stond inmiddels al te wachten met zijn glimmende Nissan Xtrail. Tijdens de spectaculaire rit van de Altiplano naar de stad begon de vermoeidheid zijn tol te eisen. Bij iedere bocht werd met een schuin oog naar de kotszakken gezocht. Overweldigende indruk van de stad maar de schoonheid ging voor een groot deel langs ons heen. Vanaf de achterbank klonken veel ohs en ahs. Enthousiast onthaal door Berta en de kinderen in het prachtige huis in de Urbanzation San Alberto. Een van de weinige plekken in de stad met begroeiing. Heerlijke soep en daarna naar bed! Wij een eigen slaapkamer met douche en toilet, Lotte en Hilde idem (Paul).

Zondag, 3 juli 2005

Uitgezwaaid door de halve straat vertrokken we ruim op tijd naar Amsterdam. Jan bracht ons vlotjes naar Schiphol. De incheckbalie van Varig was al open dus we konden gelijk onze koffers dumpen. De riemen moesten uit bij de controlepoorten van de douane. Marja zei: "Ik hoop wel dat mijn broek blijft zitten", maar de man van de douane had daar geen problemen mee. Tussen de taxfree winkels ontmoetten we een Marlies en Patrick. Pas getrouwd, op weg naar Bali. Met zijn allen nog even wat gedronken. Gezellig! Bij de gate van de varig zat het hele Braziliaanse jeugdelftal te wachten op vertrek. Zij waren net derde geworden bij de werelekampioenschappen voor teams onder de twintig jaar. Wij waren al bang voor een feestende massa aan boord maar de jongens hebben zich heel netjes gedragen. Ze gingen leuk met elkaar om en hadden ook respect voor de medepassagiers. Hilde heeft van alle spelers een handtekening weten te scoren. Helaas vertrok het vliegtuig met drieeneenhalf uur vertraging wegens technische problemen maar dat mocht de pret niet drukken. Om halftwaalf zaten we in de lucht, met een scheef oor luisterend naar de geluiden van de motor. Die bleef het verdere uitstekend doen.

This page is powered by Blogger. Isn't yours?