Saturday, July 16, 2005

 



Woensdag 13 juli 2005

Takesi-trail

Vroeg uit de veren. Brigit van het reisburo heeft een minibus geregeld en twee gidsen die ons over de Takesi-trail (40 km.) gaan leiden. Om half acht rijdt het busje voor met daarin 4 Bolivianen; de 2 gidsen, de chauffeur en een bijrijder. Uitgezwaaid door Hans (in een lichtblauwe badjas), Anne-Sara en Linda (de Duitse herder van Hans, blaft alleen tegen Bolivianen). De minibus stopt nog even bij een onduidelijk winkeltje om wat etenswaren in te slaan. Met een tocht van twee-en-eenhalf uur rijden naar het begin van de route bij de mina de San Francisco (een oude tinmijn, weer actief). De bagage wordt verdeeld over de twee gidsen. Eén gids draagt een van onze rugzakken (tent, slaapzakken, matjes) aangevuld met voedsel (ik schat zo´n 25 kg.), de andere gids loopt met eigen spullen. Zelf lopen we met lichtere rugzakken maar toch nog altijd zo´n 15 kg. inclusief 4 liter water (paul), Lotte met minder, maar met een zak aardappelen (!) en kleding ook nog behoorlijk zwaar en Marja en Hilde ècht licht. De route begint met een steiging van anderhalfuur, daarna is het alleen maar dalen (klinkt leuker dan het is). Bij de start ontmoeten wij twee Califorische meisjes die de tocht maken omdat hun ouders dezelfde tocht ooit hebben gemaakt. Ik vind het leuk om de tocht tegelijk met de meiden te doen. De 3 tot 4-daagse tocht gaat deels over prachtig aangelegde pre-Columbiaanse paden (Inca en Tiwanaku-tijdperk). Compleet met afwateringsgoten en hellingmuurtjes, een beetje civieler kan hier zijn vingers aflikken. Uitgebreide lunch klaargemaakt door onze gidsen/dragers/koks Felix en Joaquin. Brood met avocado met mayonaise, tomatensaus of mosterd, kaas, tomaten, komkommer. De zitmatjes komen goed van pas, de grond is bezaaid met een stug soort kort gras waar je niet op kunt leunen, de stekeltjes boren zich diep in je hand en andere lichaamsdelen. Dit weten we nu uit ervaring!
´s Middags om drie uur komen we aan in het pre-historische dorpje Takesi (8 inwoners). Hier brengen de meeste wandelaars de eerste nacht door. Omdat wij nog fit zijn en in het dorp een penetrante mestlucht hangt, besluiten we om door te lopen naar de volgende overnachtingsplaats, drie uur verder. Dit blijkt een brede richel te zijn waarop een drietal huisjes staan met ruimte voor een stuk of wat tenten. Prachtig uitzicht over de eeuwige sneeuw van de Mururata en de groene valleien van de Yungas (subtropen). De dag begonnen op 4600 meter tussen de adelaars (in het Spaans ave, de gidsen noemden ze avemarías, wees-gegroetjes) en bevroren watervallen, de dag geeindigd op 2100 meter tussen de palmbomen, zwarte papagaaien (2), kolibri´s (> 10) en vlinders zo groot als het deksel van een beschuitblik. Felix en Joaquin maken ´s avonds voor ons een uitgebreide maaltijd klaar; groentensoep, spaghetti met gehakt, cocathee. De door ons meegenomen campinggasbrander werkt voor geen meter. Het lukt niet om een pan water aan de kook te brengen. Gelukkig mogen we bij een van de huisjes koken op een houtoventje (5 Bs. voor het brandhout). Door onze lange dag eten we pas laat terwijl het snel afkoelt tot 7 graden celsius. Naast ons een Nederlands stel die hun baan en huis hebben opgezegd om een half jaar door Zuid-Amerika te reizen. Lotte zei: "Wauw, dat is pas leven". Ze ging gelijk plannen gaan maken om in het buitenland te gaan studeren. Op een richel lager stonden een aantal Fansen die een aantal toppen aan het beklimmen zijn in de Andes ter nagedachtenis aan een vriend die door een vallende steen om het leven is gekomen. Dit was de toch die hij altijd wilde maken. Mooie manier om iemand te gedenken. Lekker tukken bij 3 graden onder nul. Lotte en ik houden onze mutsen op.

Comments: Post a Comment

<< Home

This page is powered by Blogger. Isn't yours?